Zoals je
eerder op deze weblog hebt kunnen lezen, zijn we in mei dit jaar
opnieuw gevallen voor de Alfa Romeo. Opnieuw, dit is onze derde.
De
eerste was een zwarte Alfa 33, een echte aso-bak maar oh wat waren
we trots, dit was de auto die we allebei altijd al zo graag hadden
willen hebben. Dat er van het begin af en een hoop aan onkosten aan
waren en vreemde dingen als achterruiten die spontaan inklapten,
mocht de pret niet drukken.
Toen ik in Hengelo ging werken was het
tijd om afscheid te nemen van dit wagentje, met 179000 op de teller,
zijn toch wel lichte benzinemotor en dagelijks veel kilometers te
rijden was hij niet langer meer de juiste keuze.
Toch
maar weer voor een Alfa gegaan, een rode 146. De ware opvolger van
de 33. Nou, niet voor mij dus. Ten eerste vond en vind ik het model
nog steeds lijken op een aangepaste schoen, ten tweede vond ik het
een in rijgedrag lompe wagen en ten derde, dit was écht Alfa ten
top. De meest vreemde dingen kwamen bij dit exemplaar voor. Op het
moment dat koplampen aan en ruitenwissers spontaan gingen
wissen zonder enige interventie van de bestuurder en even zo
spontaan weer ophielden, besloten we afscheid te nemen van dit merk.
En
nu na jaren tevreden een in alle opzichten weinig spannende maar
betrouwbare Rover te hebben gereden, zijn we tóch weer terug bij
Alfa Romeo. Opnieuw verliefd en nog steeds supertrots.
Maar de merkwaardige gebreken
spelen alweer volop. Na defecte knopjes, ontbrekende dekseltjes en
sleutels (en dat bij zo’n jonge auto, van net 3 jaar oud) blijkt nu
nadat er een koplamp steeds weer richting hemel wil schijnen, omdat
het stelmotortje continu blijft lopen. Ook weer zonder interventie
van de bestuurder natuurlijk. Good old Alfa, zó ken ik dit merk
weer. Ik krijg dat oude vertrouwde gevoel weer helemaal terug…
Recente reacties